Ontwikkeling van betaalvertraging
Wanneer de betaalinformatie over 2024 en 2025 naast elkaar wordt gelegd, zien we een lichte verslechtering: in vrijwel alle sectoren ligt de betaalvertraging in 2025 hoger dan in 2024.
De analyse van de grootste verschillen per SBI-sector laat zien dat de verschuivingen zich binnen een beperkte bandbreedte afspelen, maar het patroon is duidelijk. De betaaldiscipline verslechtert licht, zonder dat er sprake is van uitschieters of abrupte veranderingen.
Gemiddelde betaalvertraging per maand
Kijken we naar alle sectoren gezamenlijk, dan wordt dit beeld bevestigd. In 2024 begint de gemiddelde betaalvertraging rond de 10 dagen en loopt deze geleidelijk op tot net boven de 14 dagen rond september, waarna een lichte daling volgt.
In 2025 ligt het uitgangsniveau al hoger en loopt de vertraging verder op, met een piek rond de 14 tot 15 dagen in het najaar. In tegenstelling tot 2024 is het herstel richting het einde van het jaar minder uitgesproken. De betaalvertraging blijft structureel hoger liggen.

Dit wijst niet op een incident of tijdelijk effect, maar op een licht verslechterend betaalpatroon dat zich over het hele jaar manifesteert. Seizoenseffecten zoals vakanties en hogere uitgaven na de zomer spelen waarschijnlijk nog steeds een rol, maar verklaren het verschil tussen beide jaren niet volledig.
Verschillen tussen sectoren
Ook op sectorniveau is het beeld helder en consistent: in vrijwel alle sectoren neemt de betaalvertraging in 2025 toe ten opzichte van 2024. De grootste verschillen zijn zichtbaar in de winning van delfstoffen, verhuur en overige zakelijke dienstverlening, de bouw en de productie en distributie van energie. Deze sectoren laten geen incidentele uitschieters zien, maar een structurele verschuiving naar later betalen.
De absolute verschillen blijven weliswaar beperkt tot enkele dagen, maar de richting is veelzeggend. Slechts een zeer klein aantal sectoren laat een lichte stabilisatie of verbetering zien. Dat betekent dat de verslechtering breed gedragen is en niet geconcentreerd in één specifieke risicosector.

De sector winning van delfstoffen (B) is sterk kapitaalintensief en gevoelig voor prijsschommelingen op de wereldmarkt. Investeringen zijn langlopend, terwijl opbrengsten volatiel zijn. In combinatie met hogere financieringskosten leidt dit tot spanning op de liquiditeit, waardoor betalingen vaker worden uitgesteld.
Bij verhuur en overige zakelijke dienstverlening (T) speelt vooral de doorwerking van economische onzekerheid bij klanten. Deze sector fungeert vaak als flexibele schil voor andere bedrijven. Zodra opdrachtgevers zelf voorzichtiger worden, schuiven zij betalingen door, wat direct zichtbaar wordt in de betaaldiscipline van deze dienstverleners.
Voor de productie en distributie van energie (D) geldt dat grote investeringen in verduurzaming, netverzwaring en opslagcapaciteit zorgen voor hoge kapitaalbehoeften. Hoewel de sector strategisch belangrijk is, betekent dit niet automatisch dat de liquiditeitspositie comfortabel is. Betalingen worden vaker gebruikt als sturingsinstrument om kasstromen te managen.
Overkoepelend beeld
Alles bij elkaar genomen laten de cijfers zien dat het betaalgedrag in 2025 licht afwijkt van dat in 2024. De gemiddelde betaalvertraging ligt iets hoger en deze verschuiving is in meerdere sectoren zichtbaar. Tegelijkertijd blijven de verschillen beperkt in omvang en is er geen sprake van abrupte veranderingen of duidelijke risicosectoren.
De data wijzen daarmee niet op een verslechtering die direct tot zorgen leidt, maar wel op een subtiele verschuiving in betaalgedrag. Deze beweging is op zichzelf niet cruciaal, maar verdient aandacht. Juist omdat kleine veranderingen, wanneer ze zich over de volle breedte van de markt voordoen, vroegtijdige signalen kunnen zijn.
Voor creditmanagers betekent dit dat het huidige beeld vooral vraagt om monitoring en scherpte, niet om ingrijpen. De stabiliteit overheerst nog steeds, maar het is verstandig deze ontwikkeling te blijven volgen.