De cijfers over 2024 en 2025 laten zien dat het ondernemerschapslandschap niet uniform beweegt, maar steeds sterker wordt gedreven door sectorale verschillen. Waar sommige sectoren hun groei consolideren of versnellen, slaan andere in korte tijd om van groei naar krimp. De gecombineerde analyse van de trendgrafieken en de gewogen nettogroei over de periode 2021–2025 toont aan dat deze ontwikkelingen zich minder laten verklaren door incidentele pieken, maar wijzen op een structurele herschikking van het ondernemerschap.
Hieronder volgt een analyse van de belangrijkste groeimotoren, de sectoren die onder druk staan en de lange termijn trends.
De motoren van groei: Technologie en handel
De sterkste groeimotor blijft de sector wetenschappelijke en technische activiteiten (sector N). Met ruim 56.000 starters en een nettogroei van bijna 25.000 ondernemingen is dit veruit de dominantste sector. Tegelijk kent deze sector ook het hoogste aantal beëindigingen, wat wijst op een dynamisch en competitief speelveld. Toetreding is laagdrempelig, maar continuïteit is geen vanzelfsprekendheid waardoor groei en uitval hand in hand gaan.
Tabel 4: Meest gestarte bedrijven (2025)
| SBI | Sector | Gestart | Beëindigd | Nettogroei |
| N | Wetenschappelijke en technische activiteiten | 56.092 | 31.401 | +24.691 |
| G | Groot- en detailhandel; reparatie van auto’s | 31.969 | 28.084 | +3.885 |
| L | Financiële dienstverlening (excl. verzekeringen en pensioenfondsen) | 22.422 | 14.359 | +8.063 |
| F | Bouwnijverheid | 21.468 | 23.989 | –2.521 |
| T | Overige dienstverlening | 20.349 | 11.191 | +9.158 |
Naast de technische sector laat ook de groot- en detailhandel (sector G) een duidelijke versnelling zien. De nettogroei stijgt hier jaar-op-jaar fors, van +1.441 in 2024 naar +3.885 in 2025. Dit duidt op hernieuwd ondernemersvertrouwen, mogelijk gevoed door stabiliserende consumentenbestedingen en de verdere aanpassing van bedrijfsmodellen aan online en omnichannel verkoop.
Tabel 5: Top 5 sectoren hoogste netto groei (2024 v.s. 2025)
| SBI | Sector | Nettogroei 2024 | Nettogroei 2025 | Verandering |
| G | Groot- en detailhandel; reparatie van auto’s | 1.441 | 3.885 | +2.444 |
| Q | Onderwijs | 3.215 | 4.437 | +1.222 |
| K | IT, telecommunicatie en consultancy | 2.905 | 3.945 | +1.040 |
| M | Exploitatie van handel in onroerend goed | 1.991 | 2.977 | +986 |
| T | Overige dienstverlening | 8.367 | 9.158 | +791 |
Verschuiving naar kennisgedreven diensten
Een opvallende ontwikkeling is zichtbaar in de financiële dienstverlening (sector L) en overige dienstverlening (sector T). Deze sectoren behoren tot de grootste instroomcategorieën en combineren dit met een relatief lage beëindiging, wat resulteert in een stevige positieve nettogroei. Deze trend wijst op een aanhoudende vraag naar specialistische en vaak kennisgedreven diensten, zoals AI. In deze markten blijken schaalbaarheid en flexibiliteit belangrijker dan fysieke aanwezigheid.
Sectoren onder structurele druk
Aan de onderkant van het spectrum tekent zich een ander beeld af, waarbij de gezondheids- en welzijnszorg (sector R) de scherpste omslag kent. Waar deze sector in 2024 nog sterke groei liet zien, slaat het saldo in 2025 om naar een forse krimp. Met een daling van bijna 10.000 ondernemingen in het saldo jaar-op-jaar is dit de grootste negatieve verschuiving in alle sectoren. Dit wijst op structurele druk door onder meer personeelstekorten, regeldruk en stijgende kosten.
Ook de zakelijke dienstverlening toont kwetsbaarheid. De verhuur van roerende goederen en overige zakelijke diensten (sector O) laat een scherpe correctie zien. De sector valt sterk terug ten opzichte van het voorgaande jaar, wat suggereert dat er sprake is van afnemende investeringsbereidheid en grotere voorzichtigheid bij zakelijke uitgaven.
Tabel 6: Top 5 sectoren met grootste daling in netto groei (2024 v.s. 2025)
| SBI | Sector | Nettogroei 2024 | Nettogroei 2025 | Verandering |
| R | Gezondheids- en welzijnszorg | 5.437 | –4.280 | –9.717 |
| O | Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening | 6.696 | 1.717 | –4.979 |
| F | Bouwnijverheid | 843 | –2.521 | –3.364 |
| H | Vervoer en opslag | 2.419 | 818 | –1.601 |
| A | Landbouw, bosbouw en visserij | 920 | –231 | –1.151 |
De bouwnijverheid (sector F) blijft eveneens kwetsbaar. Ondanks een hoog aantal starters overstijgt het aantal beëindigingen de instroom. Dit resulteert in een negatieve nettogroei en bevestigt het beeld van een sector met veel dynamiek maar beperkte stabiliteit.
Tabel 2: Top 5 sectoren met minste groei (2025)
| SBI-code | Sector | Gestart | Beëindigd | Nettogroei |
| R | Gezondheids- en welzijnszorg | 16.892 | 21.172 | –4.280 |
| F | Bouwnijverheid | 21.468 | 23.989 | –2.521 |
| A | Landbouw, bosbouw en visserij | 2.584 | 2.815 | –231 |
| E | Winning en distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering | 132 | 189 | –57 |
| B | Winning van delfstoffen | 33 | 70 | –37 |
Langetermijntrends (2021–2025)
Wanneer we kijken naar de trends over de afgelopen jaren, wordt zichtbaar dat incidentele verklaringen plaatsmaken voor structurele patronen.
1. Structurele versterking: De exploitatie van handel in onroerend goed (sector M) valt op als een van de weinige sectoren met een structureel stijgende trend in de afgelopen jaren. Hoewel de absolute nettogroei niet de hoogste is, verbetert het saldo jaar na jaar doordat het aantal starters toeneemt en beëindigingen stabiel blijven. De sector past zich aan via herstructurering en specialisatie, wat zorgt voor gestage versterking.
Tabel 7: Top 5 sectoren met snelste netto groei (2021 – 2025)
| SBI | Sector | Trend nettogroei (gewogen) |
| M | Exploitatie van handel in onroerend goed | +455,5 |
| J | Uitgeverijen, media- en omroepactiviteiten | +115,0 |
| U | Huishoudens als werkgever; niet-gedifferentieerde huishoudelijke activiteiten | +0,8 |
| V | Extraterritoriale organisaties en instanties | –0,9 |
| P | Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen | –1,2 |

2. Structurele erosie: In tegenstelling tot het vastgoed laat de zorgsector (R) een geleidelijke erosie zien. Na een piek in 2021 en 2022 vlakte de groei af, om in 2025 negatief te worden door een combinatie van minder starters en meer stoppers. Ook de bouwnijverheid (F) kampt met een aanhoudende verzwakking van het ondernemingsklimaat, waarbij de uitstroom piekt in 2023 en 2024.
Voor de sectoren vervoer en opslag (H) en horeca (I) is het beeld minder extreem, maar is de trend sinds 2022 onmiskenbaar neerwaarts. De verwachting is dat deze sectoren in 2026 voor het eerst een negatieve groei zullen noteren.
Tabel 8: Top 5 sectoren met grootste daling in netto groei (2021 – 2025)
| SBI | Sector | Trend nettogroei (gewogen) |
| R | Gezondheids- en welzijnszorg | –8.524,8 |
| F | Bouwnijverheid | –7.023,6 |
| O | Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening | –4.223,6 |
| H | Vervoer en opslag | –1.443,4 |
| I | Logies-, maaltijd- en drankverstrekking | –1.132,4 |

