De keuze voor een specifieke rechtsvorm is een belangrijke graadmeter voor het economisch klimaat en het vertrouwen van ondernemers. Wanneer we de balans opmaken voor 2025, zien we een divergent beeld ontstaan. Terwijl de totale groei van het aantal vestigingen volgens landelijke cijfers afvlakt tot het laagste niveau in tien jaar, laten de onderliggende rechtsvormen grote verschillen zien. Waar de eenmanszaak structureel terrein verliest, toont de besloten vennootschap veerkracht door een hoge retentie.
Divergentie in netto resultaat
Bij het analyseren van het netto resultaat in 2025, het saldo van het aantal gestarte en beëindigde ondernemingen, springen de besloten vennootschappen en eenmanszaken er in absolute zin het meeste uit. Dit beeld sluit grotendeels aan bij dat van voorgaande jaren, maar er is een duidelijke uitzondering zichtbaar bij de eenmanszaken. De groei binnen deze rechtsvorm neemt af, wat wijst op een structurele verandering binnen dit segment.
Eenmanszaken: structurele daling door onzekerheid
Wanneer de cijfers over een periode van vijf jaar worden bekeken, wordt de dalende trend bij de eenmanszaken bevestigd. Deze daling kent twee structurele oorzaken.
Ten eerste starten er structureel minder nieuwe eenmanszaken. Economische onzekerheid en stijgende rentes spelen hierbij een rol, maar ook politieke onduidelijkheid weegt zwaar. De onzekerheid over nieuwe wetgeving zoals de wet VBAR (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) schrikt potentiële zelfstandigen af om zonder rechtspersoonlijkheid te starten, waardoor velen kiezen voor loondienst.
Ten tweede werd de terugval in 2023 versterkt door een opvallende toename van het aantal beëindigingen. Een lichtpunt is dat in 2025 voor het eerst sinds 2021 het aantal beëindigde eenmanszaken niet hoger ligt dan in het voorgaande jaar. Dat wijst op een zekere stabilisatie aan de onderkant, al blijft het totale aantal eenmanszaken dalen door de lagere instroom.
Besloten vennootschappen: groei door retentie en starters
Het beeld bij de besloten vennootschap (BV) is wezenlijk anders. Het netto aantal BV’s stijgt sinds 2023 weer en bevindt zich in 2025 op het hoogste niveau sinds 2021.
De basis van deze groei ligt in retentie. Het aantal beëindigingen daalt, waardoor ondernemingen binnen deze rechtsvorm vaker blijven bestaan en het totaalbestand groeit. Daarnaast kiezen starters steeds vaker voor een BV, al lijkt dit deels ingegeven door de misvatting dat hiermee risico’s rondom schijnzelfstandigheid worden vermeden. Dit is echter onjuist, want ook bij een BV mag er geen sprake zijn van een gezagsverhouding.
De afweging voor een BV blijft daardoor vooral financieel en juridisch. De rechtsvorm is interessant wanneer de winst hoog genoeg is om de extra lasten te compenseren. Tegenover de voordelen, zoals fiscale optimalisatie en de afscherming van privévermogen, staan namelijk duidelijke nadelen. Denk hierbij aan hogere oprichtingskosten (notaris) en zwaardere administratieve verplichtingen dan bij een eenmanszaak.
Vereniging: stabiele constante
Naast de commerciële rechtsvormen valt de vereniging op als een stabiele factor. Jaar na jaar blijven zowel de instroom als de uitstroom beperkt. Dit duidt niet op groei of vernieuwing, maar op bestendigheid.
Verenigingen worden doorgaans opgericht vanuit een maatschappelijke noodzaak, bijvoorbeeld voor sport, cultuur of belangenbehartiging. Zij vervullen een functie die nauwelijks verandert onder invloed van conjunctuur of beleid. Daardoor blijft het aantal verenigingen relatief constant. De vereniging is daarmee geen groeimodel, maar een rechtsvorm die vooral wordt gekenmerkt door continuïteit.
Stichting: structurele erosie
Bij de stichting is het beeld duidelijk anders, want hier is sprake van structurele erosie. Het aantal nieuwe stichtingen bleef aanvankelijk stabiel maar is sinds 2023 gedaald, terwijl het aantal beëindigingen juist oploopt. Dit leidt direct tot een krimpende nettogroei.
Deze ontwikkeling is geen toeval. Subsidies zijn minder vanzelfsprekend geworden, het toezicht is aangescherpt en de eisen aan governance zijn hoger komen te liggen. Hierdoor verdwijnen met name kleinere of inactieve stichtingen. Tegelijkertijd kiezen nieuwe initiatieven vaker voor andere juridische constructies. De stichting verschuift daarmee van een laagdrempelig vehikel naar een meer specialistische rechtsvorm die vooral geschikt is voor professioneel ingerichte organisaties.
Vennootschap onder firma: voorzichtig herstel
De vennootschap onder firma (VOF) laat geen beeld van aanhoudende krimp meer zien, maar bevindt zich in een fase van voorzichtig herstel. Na een periode waarin beëindigingen de overhand hadden, beweegt de nettogroei de afgelopen jaren weer richting nul. Dit wijst erop dat de bodem is bereikt.
Dit herstel wordt niet gedragen door een sterke toename van nieuwe VOF’s, want het aantal starters binnen deze rechtsvorm blijft relatief laag. De verbetering komt vooral door een afname van het aantal beëindigingen. Ondernemers die in VOF-verband samenwerken houden deze structuur vaker in stand. Samenwerkingen blijken stabieler dan enkele jaren geleden, ondanks de aanhoudende economische onzekerheid.
Conclusie
De analyse van 2025 toont dat groei niet langer vanzelfsprekend is. Waar de instroom van eenmanszaken stokt door angst voor regelgeving en economische tegenwind, laten complexere rechtsvormen zoals de BV en de VOF juist stabiliteit zien door een hogere overlevingskans. Kwaliteit en retentie winnen het dit jaar van kwantiteit. Voor ondernemers lijkt de keuze voor een rechtsvorm steeds strategischer te worden, gedreven door de wens naar zekerheid en professionaliteit in een veranderend speelveld.