Nederland begon het vulseizoen van 2026 met opvallend lage gasvoorraden, en dat maakt de markt nerveus. Niet alleen omdat goed gevulde gasbergingen belangrijk zijn voor koude wintermaanden, maar ook omdat de omstandigheden op de gasmarkt dit jaar minder gunstig zijn dan in eerdere jaren, mede in de nasleep van de energiecrisis.
Het probleem zit in de combinatie van lage startvoorraden, een zwakke commerciële prikkel om te vullen en een energiesysteem dat steeds afhankelijker is geworden van import. Daardoor groeit de spanning rond de vraag of Nederland en Europa straks met voldoende buffer de winter in gaan, en wat dat betekent voor de gasprijs.
Gasopslag blijft cruciaal, ook in een veranderend energiesysteem
Gas speelt nog altijd een belangrijke rol in het Nederlandse energiesysteem. Volgens Gasunie Transport Services (GTS) blijft aardgas de komende decennia relevant voor huishoudens, industrie en elektriciteitsproductie, onder meer als back-up voor gascentrales wanneer windenergie en andere vormen van duurzame opwek tegenvallen. Het grote verschil met vroeger is dat Nederland nauwelijks nog kan terugvallen op het Groningenveld en daardoor veel afhankelijker is van import, onder meer uit Noorwegen en via lng, vooral uit de Verenigde Staten.
Juist in zo’n systeem zijn gasopslagen van groot belang als vorm van energie opslag. Ze zorgen ervoor dat gas in de zomer kan worden opgeslagen om in de winter extra capaciteit en volume beschikbaar te hebben. Zonder die seizoensbuffer wordt het energiesysteem kwetsbaarder voor prijsschokken, logistieke verstoringen en plotselinge pieken in de vraag.
Gasunie benadrukt daarom dat de drie grootste Nederlandse gasopslagen, Grijpskerk, Norg en Bergermeer, ook de komende jaren beschikbaar moeten blijven. In het overzicht leveringszekerheid voor het gasjaar 2026/2027 stelt GTS dat voor een koud jaar een vuldoel van 115 TWh nodig is om de seizoensvraag goed op te vangen. Dat gaat dus niet alleen over targets in algemene zin, maar over concrete vuldoelen en het werkelijk vuldoel dat nodig is bij stress-scenario’s.
Lage voorraden zijn deels verklaarbaar, maar blijven risicovol
Dat de voorraden begin 2026 laag waren, kwam niet volledig uit de lucht vallen. In antwoorden op Kamervragen over de lage vulgraad, de huidige vulgraad, schreef het kabinet in maart 2026 dat de lagere stand mede samenhing met het feit dat GasTerra de opslagen bij Norg en Grijpskerk uiterlijk per 1 april 2026 leeg zou opleveren vanwege het beëindigen van zijn operationele activiteiten. De lagere vulgraad lag daardoor volgens het kabinet deels in de lijn der verwachting.
Tegelijk erkent ook de overheid dat de situatie ongemakkelijk blijft. Want hoewel het kabinet op dat moment geen directe zorgen had over de fysieke leveringszekerheid, wees het wel op oplopende groothandelsprijzen door het conflict in het Midden-Oosten en op de gevoeligheid van de markt voor geopolitieke onrust.
Daarmee is de kern van het probleem zichtbaar: lage voorraden betekenen niet automatisch dat er fysiek te weinig aardgas, aardgas gas, is, maar ze maken het systeem wel kwetsbaarder voor verstoringen en voor sterke prijsbewegingen.
Marktpartijen vullen terughoudend door ongunstige prijssignalen
De trage vulling heeft ook een duidelijke marktoorzaak. Gasunie gaf half mei 2026 aan dat marktpartijen terughoudend zijn met vullen door ongunstige marktomstandigheden, waaronder geopolitieke onrust en de verplichte vulgraad, de eu-verplichting rond opslag. Achter die terughoudendheid zit vooral een ongunstige zomer-winterspread.
Zolang zomerprijzen hoger liggen dan winterprijzen, is het voor commerciële partijen minder aantrekkelijk om nu gas in te kopen en op te slaan voor later gebruik. De minister bevestigde dat in maart 2026 ook in haar antwoorden aan de Kamer: opslag wordt pas commercieel interessant als het verschil tussen zomer- en winterprijzen voldoende positief is.
Dat is een wezenlijk punt. Het vullen van bergingen is in Nederland niet puur een technische of beleidsmatige exercitie, maar ook een marktproces rond het virtueel handelspunt, TTF. In de praktijk speelt daarbij ook mee of partijen tijdig capaciteit kunnen boeken, capaciteit boeken, op infrastructuur en welke diensten, zoals meetzaken en nominatieprocessen, daarbij horen. Als de prijsprikkel ontbreekt, moet de overheid meer doen om zeker te stellen dat de winterbuffer toch op tijd wordt opgebouwd.
De staat moet daardoor meer bijspringen
Precies daarom is de rol van Energie Beheer Nederland groter geworden. EBN heeft van het kabinet een steeds ruimere vultaak gekregen om in te grijpen als marktpartijen onvoldoende vullen. In het Kamerdebat over gasmarkt en leveringszekerheid in januari 2026 werd bevestigd dat die vultaak voor het komende vulseizoen verder wordt uitgebreid naar 80 TWh.
Ook uit het jaarverslag van EBN blijkt dat het staatsbedrijf al fors heeft bijgedragen aan het vullen van de Nederlandse opslagen. In 2025 injecteerde EBN 26,7 TWh in de bergingen, en in april 2026 meldde het bedrijf dat de overheidsopdracht voor 2026 en 2027 aanzienlijk wordt uitgebreid.
Dat onderstreept hoe uitzonderlijk de situatie is. Waar gasopslag traditioneel grotendeels aan marktpartijen werd overgelaten, moet de staat nu veel actiever optreden om de leveringszekerheid overeind te houden, zeker nu de afhankelijkheid van import structureel groter is.
Europa kijkt ook naar meer flexibiliteit
De Nederlandse situatie staat niet op zichzelf. De Europese Commissie erkende in april 2026 dat de vulling van gasopslagen in heel Europa dit jaar afhankelijk blijft van de beschikbaarheid van lng. Tegelijk stelde de Commissie dat de Europese infrastructuur in verschillende scenario’s nog steeds in staat is om de bergingen tot minimaal 80% te vullen voor 1 november, mits de aanvoer toereikend blijft.
Daarbij wees Brussel lidstaten ook op de mogelijkheid om gebruik te maken van flexibiliteit in de gasopslagregels. Dat laat zien dat ook op Europees niveau wordt gezocht naar een evenwicht tussen leveringszekerheid en marktstabiliteit, inclusief de vraag welke vuldoelen haalbaar en verstandig zijn.
Voor Nederland verandert dat weinig aan de kernvraag. Hoe meer het systeem leunt op import en marktprikkels, hoe belangrijker het wordt dat er op tijd voldoende buffer wordt opgebouwd.
Leveringszekerheid is niet direct in gevaar, maar de marge wordt kleiner
Een belangrijk onderscheid is daarom nodig. Lage vulgraden betekenen niet automatisch dat Nederland zonder gas komt te zitten. Zowel het kabinet als GTS hebben benadrukt dat de leveringszekerheid op korte termijn op dit moment niet direct in gevaar is. Er zijn meerdere aanvoerroutes, er is lng-importcapaciteit en het systeem functioneert Europees.
Maar precies daar zit ook de nuance: leveringszekerheid op papier is iets anders dan prijsstabiliteit en robuustheid onder stress. Naarmate de marge kleiner wordt, neemt de gevoeligheid voor tegenvallers toe. Een strenge winter, extra vraag, storingen in infrastructuur of nieuwe geopolitieke spanningen kunnen dan sneller leiden tot een krappe markt en oplopende prijzen.
Gasunie waarschuwde daar eerder al voor. In januari 2025 stelde GTS dat lage vulgraden de leveringszekerheid niet direct aantasten, maar dat een strenge winter wel kan leiden tot een krap aanbod en hoge groothandelsprijzen. Dat patroon dreigt nu opnieuw relevanter te worden.
Nieuwe oproep: denk na over een strategische gasvoorraad
De discussie gaat inmiddels verder dan alleen het huidige vulseizoen. Gasunie pleit er sinds maart 2026 nadrukkelijk voor om te onderzoeken hoe een strategische gasvoorraad kan worden ingericht als noodbuffer voor langdurige verstoringen. Daarbij wordt zelfs gekeken naar het gebruik van zogenoemd cushion gas in bestaande opslagen als onderdeel van zo’n reserve.
Dat voorstel laat zien dat de discussie verschuift. Niet alleen de vraag hoeveel gas er komende winter nodig is, staat centraal, maar ook hoe Nederland zich moet organiseren in een energiesysteem waarin importafhankelijkheid, geopolitieke risico’s en marktschommelingen structureel hoger zijn dan vroeger. Daarbij speelt ook de context van de russische invasie en de afbouw van russisch gas in Europa mee als achtergrond voor de veranderde markt.
De gasprijs blijft daardoor gevoelig
Voor consumenten en bedrijven is de belangrijkste uitkomst dat de gasprijs voorlopig gevoelig blijft voor alles wat de markt kan verstoren. Lage opslagvulling, afhankelijkheid van lng, geopolitieke spanningen en een voorzichtig vulgedrag van marktpartijen vormen samen een cocktail die de markt nerveus houdt.
Dat betekent niet automatisch dat prijzen explosief stijgen, maar wel dat er minder ruimte is voor ontspanning. Zolang de bergingen niet overtuigend vollopen, blijft de kans bestaan dat de markt later in het jaar scherp reageert op tegenvallers.
Trage vulling is vooral een waarschuwingssignaal
De trage vulling van de gasbergingen is dus meer dan een technisch cijfer. Het is een waarschuwingssignaal over hoe kwetsbaar het systeem is geworden. Nederland heeft nog steeds voldoende instrumenten om de leveringszekerheid te beschermen, maar moet daarvoor wel actiever sturen dan vroeger, inclusief goede energiedata en transparantie over gasvoorraden.
Met een grotere rol voor EBN, waarschuwingen van Gasunie en meer Europese flexibiliteit in de regels wordt duidelijk dat de markt het vullen van bergingen niet vanzelf oplost. Als het vultempo niet omhoog gaat, verschuift de spanning onvermijdelijk naar later in het jaar, precies het moment waarop de markt meestal krapper en duurder wordt.
Aanleiding voor dit artikel was een publicatie in het FD, aangevuld met informatie van Gasunie, de Tweede Kamer, EBN, en de Europese Commissie.
Hoewel de focus hier op gas ligt, raakt dit thema ook aan het klimaat en aan nieuwe toepassingen zoals waterstof, hernieuwbaar gas en groen gas. Juist daarom wordt de komende jaren ook gekeken hoe gascentrales, opslag en import zich verhouden tot groei van duurzame opwek, zoals windenergie, en hoe je daarbij veilig gasverbruik borgt, met passend advies en afstemming met het ministerie.